De Wreedste Uren Van Mijn Leven

Voor haar lange spiegel ontdeed ze zich van haar make-up en kleding, sprak over de verwoedde versierpogingen van een oude schoolvriend en ik luisterde. Ik luisterde alleen maar (verliefd, tot de dood ons scheidt) en ik schikte mij in mijn lot: dat ik wel met haar naar huis mocht, maar dat zij aan een ander dacht als ze opstond.

Half dronken legden we onze lijven neer en praatten als cliché over de avond, over vriendschappen, verloren liefdes en sex. Of droomde ik over sex? Ik voelde sex. Ik rook sex. Ik wilde haar aanraken, de dekens van ons afslaan en me laven aan haar fragiele lichaam. Ik wilde doen wat ik in mijn dromen al tientallen keren had gedaan. Afsluiten met een Marlboro Light die we dan samen deelden. Samen, met grote gebaren, heel filmisch de rook ver boven het bed uitblazen alwaar het als een ballon uit elkaar spatte tegen de oude witte rozetten van haar hoge plafond.

Ze gleed uit haar vestje terwijl ze zacht zei dat het wel erg warm was geworden in de kamer. Het klonk mij goed in de oren en in gedachten verdween ik in haar armen, rook ik aan haar zachte gouden haar en volgde ik de meisjesachtige contouren van haar gezicht. Ze zoende me op mijn wang en nog net voordat haar zachte ‘welterusten lief’ tot me doordrong verstijfde ik van angst. Angst om te falen, angst om de liefde te benoemen. Doe wat lul! dacht ik. Maar ik voelde een niets ontziende angst om keihard afgewezen te worden omdat ik alle zogenaamde signalen verkeerd had geïnterpreteerd en me zeker niets in m’n hoofd moest halen.

Achteraf gezien denk ik dat ze met me speelde. Ze was verrukt dat ik bleef slapen en keek me bijna te verliefd aan toen we de diezelfde ochtend na een korte maar diepe slaap praktisch op hetzelfde moment onze ogen openden. Het klinkt heel romantisch, maar in werkelijkheid werden we gewekt door het felle ochtendlicht dat door de hoge ramen in haar meisjeskamer viel. ‘maar goed dat we geen heftige sex hebben gehad’ zei ze knipogend en keek weer slaperig verder naar de ongesloten gordijnen. Haar geheimzinnige lach deed me nog het meest deed denken aan haar blik van gisteravond toen ik zei dat ik autopech had. Toen ik valse aanstalten maakte om een taxi te bellen zei ze licht ondeugend dat ik mocht blijven slapen, als ik dat wilde. Natuurlijk. Jezus. Blijven slapen. De hoofdpersoon in mijn dromen wond er geen doekjes om.

Vannacht was het me door mijn beschonken toestand niet direct opgevallen, maar haar kamer was licht, opgeruimd en deed me denken aan een mooie foto uit een blad als de VT Wonen. Geen oneffenheid te ontdekken. Bijna perfect. Net zo perfect en smetteloos als zij zelf. Het plafond van haar Amsterdamse grachtenpandverdieping verried een lange geschiedenis en de oude ‘en suite’ deuren lieten weinig te fantaseren over wanneer je je aan de andere kant van de afscheiding bevond.

Anyway, ze was op haar mooist. Ze rook zoals ze in mijn dromen rook. Ze rookte zoals ze in mijn dromen rookte. Ze stond op en liep halfnaakt richting de deur, deed het licht uit en ging weer liggen. Ze kroop dichterbij me. Toen ging ze een minuutje liggen doen alsof ze echt ging slapen. Ik durfde me in eerste instantie niet te verroeren. Ze legde haar arm op mijn zij en ze trok me zachtjes (maar net niet overtuigend) naar haar toe. ‘Slaap je al?’ .. haar zoete stem galmde minutenlang door mijn hoofd. Deze vraag was duidelijk. Overduidelijk! Heb ik de afgelopen uren echt zo’n bord voor m’n kop gehad?

Ik durfde geen risico te nemen terwijl de wereld aan m´n voeten lag. Zij. De wereld. Ik zou deze en de hemel bewegen om die spaarzame minuten terug te draaien. Hoewel ik niet kan zeggen of ik de stap dan wel had durven nemen.

Die Ochtend Werd Ik Maar Moeilijk Wakker

Je hebt volle dagen en loze dagen. Je hebt verspilde dagen en je hebt hectische dagen. Er zijn sombere dagen en blije dagen. Je hebt van die dagen die je voor geen goud had willen missen en je hebt ook dagen die uit het script verwijderd hadden moeten worden. Dagen waar je simpelweg niet aan had moeten beginnen. Die al zo'n catastrofale aanvang hebben dat ook het einde niet echt veelbelovend kan zijn.

Die ochtend werd ik maar moeilijk wakker. Het was een uur na zonsopgang. Ik lag op m'n rug en luisterde naar de gonzende stilte die een nieuwe dag aankondigde. Terwijl de iele zon een waterige strook licht tussen de gordijnen wierp stond ik met tegenzin op. Op sommige dagen zou je willen dat je niet bestond zodat je niet op zou moeten staan. Je zou willen dat je voor eeuwig zou kunnen blijven liggen zonder dat iemand er wakker van ligt. Ik herinnerde me vaag een droom waarin een vlammende zwerm vogels om m'n hoofd fladderde, die ik niet kon ontwijken, steeds als ze bij mijn gezicht waren losten ze op in het niets.

Als in trance sleepte ik mezelf over de koude badkamervloer en vermeed angstvallig de spiegel. M'n maag rommelde maar ik had wederom geen trek. Het was nu ondertussen toch al zo'n drie dagen geleden dat ik echt iets gegeten had. Ik wilde niet hoe ik er uit zie na een korte hongerstaking en slechts vier uurtjes slaap. Met een langzame beweging masseerde ik mijn kloppende slapen in de hoop de diepe bass wat te verminderen. Zoals verwacht weinig effect.

Dat beloofde alvast niet veel goeds voor deze spannende dag. Nog een kleine vijf uur en dan zou het zweet uit m'n poriën spuiten, ieder woord dat ik sprak klem geraken tussen mijn krakende stembanden en mijn denkvermogen tot het minimum gereduceerd zijn. Ik was bang en boos tegelijk. Waarom zou je jezelf zo gek laten maken voor iets waar alleen jij zelf iets aan kan doen? Ik heb maandenlang deze stof bedacht, getypt en zelfs geademd. Iedere vraag die ze me zouden vragen kon ik zonder aarzelen beantwoorden .. toch? Zoals verwacht weinig effect.

Ik hakkelde, haperde en sprak veel zonder ook maar iets te zeggen. Hier zouden ze nooit intrappen. Die mensen kunnen er vast geen touw aan vast knopen! Zo'n dag was het dit keer niet ..

Op dezelfde dag als de inauguratie van de hoop van Amerika sloot ik mijn studentenleven af. Wollig of niet, het belooft in ieder geval veel goeds voor de toekomst. 

Dubbele Tongen en Halve Gedachtes

Dat ze geen paradijs beloofde was duidelijk, maar hoe ze met haar ijswitte glimlach en haar perfect getimede aanrakingen de avond probleemloos voortstuwt is mij nog steeds een raadsel. Ik schenk de derde fles champagne in een roes leeg terwijl zij doorpraat over niet te stillen liefdes en raadselachtige problemen met een hoog testosteron gehalte.

Hoe graag ik haar ook zou helpen, het enige dat door mijn brein raast is dat ik de hoofdpersoon in haar verhalen zou willen zijn. Hoezeer ik ook m’n best doe om m’n aandacht erbij te houden, alleen een gemeende zoen onder een deken van sterren zou me kunnen terug brengen op aarde. Of juist niet. Misschien brengt het me juist nog verder weg van waar ik op dit moment sta. Misschien drijft het me zelfs tot een alles vernietigende wanhoop. Maar één ding weet ik zeker, ik zou gelukkig zijn.

We praten over de zomer, over hoe de zon je kijk op alles kan veranderen en je zonder schroom van het één op het andere moment in de schaduw kan zetten. Een schaduw die speelt met de tijd, met je gezonde verstand, maar vooral met je kijk op dingen. Wat overdag zo onbezorgd lijkt te zijn is ’s avonds ineens een niet te dragen last. Alsof de wereld van een blije ballon veranderd in een gitzwarte kogel die gericht je hart doorklieft. De ballon die je eerst nog zo ver weg nam hier vandaan. De ballon die je mee terug nam naar vervlogen tijden.

Naarmate de avond vorderde leken hoop en gewoonte op een ongezonde manier het bed te delen. Ze sliepen op één kussen terwijl de duivel ergens nietsvermoedend feest vierde. Het leek een droom die als een weegschaal schommelde tussen haar en mijn gedachtes. Het leek heen en weer te bewegen alsof dat het enige was dat ons nog kon bevredigen. Alsof het de enige manier was om te vluchten uit mijn realiteit. Zoals ik zeg, mijn realiteit. Ik doe de allergrootste moeite om erachter te komen wat zij denkt, hoe zij zicht voelt en hoe het komt dat zij met alle bekende aanrakingen, blikken en woorden mijn verstand zonder enige moeite op nul weet te zetten. En dat terwijl ik vanavond best oplettend was.

Ik weet het niet meer. Ze balanceert lieflijk op het randje van de avond en de nacht en vraagt mij nog eenmaal mijn verantwoordelijke gedrag aan de kant te zetten. Mijn verantwoording, niet de hare. Haar eerste drie zoenen leken een normaal beleefd afscheid, maar haar vierde deed me wel degelijk denken aan een wellicht loze belofte. Misschien toch het paradijs? Waarschijnlijk zal ik het nooit weten omdat ik haar stom genoeg zonder enige hartekreet in de taxi liet stappen.

Eén lullig smsje en een barre fietstocht door een slecht verlicht park later neemt het gevoel van spijt de overhand. Had ik dan toch .. ? Of misschien moest ik … ? Ach, over een paar uur is het weer licht en lijken alle nachtelijke gevoelens ineens zo overtrokken. Haast overbodig. Maar er is één ding dat bij elk licht onveranderd blijft; gedane zaken.

Tastend In Het Duister

Ik bracht het glas naar mijn lippen en zakte langzaam onderuit. Toen ik zweeg merkte ik pas hoe stil het inmiddels was geworden. De vliegtuigen van Schiphol leken aan hun laatste vlucht te zijn ontsnapt en als ik m’n ogen sloot en goed luisterde kon ik zelfs heel in de verte de zee horen die jammerend tegen de glooiing aan beukte.

Ik staarde mistig voor me uit en leek me vast te klampen aan de kleine aanwijzingen van het echte leven om me heen. Alsof ik eerder in slaap was gevallen en na een tergend lange tijd tastte naar de echte wereld om me uit mijn te diepe en te realistische droom te rukken.

De afgelopen maanden gingen voorbij als in een dronken roes.  De drukte, de overpeinzingen en zelfs compromissen heb ik lijdzaam over me heen laten komen. Ik werd meegevoerd door alles dat me opvallend en minder opvallend besloop vanaf de meest onberekenbare kanten.

Het was dinsdagavond, de maan rees op boven de hoge gebouwen. Een heldere, bijna dwingende sikkel. De schaduwen buiten de kring van licht werden dieper en kregen harde contouren. Langzaam begreep ik wat dit tafereel mij duidelijk probeerde te maken ..

Met een glas in mijn hand wees ik naar boven alsof ik proostte met de sterren.

Laten we ons laven aan de mooie tijden die zullen komen en laten we ons bezatten op de momenten waarop we weemoedig terugdenken aan ons vorig leven. Aan hoe het was en hoe het had kunnen zijn als we andere keuzes hadden gemaakt.

Ook de aankomende maanden zal ik proberen niet teveel stil te staan bij het moment. Ik zal proberen de dingen net zo voor lief te nemen als ik de afgelopen tijd heb gedaan, in de hoop ooit weer eens wakker te worden op een minstens zo melancholische avond als deze ..

Proost!

Mooier Dan Nu

Halfgaar, half ontwaakt en half ongelovig zit ik met een niet te omschrijven groot vraagteken boven m'n van vouwen doorspekt hoofd. Het lijkt een wirwar van ochtendhaar maar het zijn niet te begrijpen hersenspinsels van muziekrecensenten die zich een weg banen naar mijn slaperige brein. Ik ben de nieuwe plaat van Novastar aan het luisteren.

Het heeft maar liefst 4 jaar mogen duren voordat de bijna vergeten half Belgische, half Nederlandse pop ridder met de langverwachte opvolger van ´Another Lonely Soul´ weer in het voetlicht trad. Terwijl ik het iets langer dan een half uur durende album met hooggespannen verwachtingen door mijn surround set jaag, lees ik een tiental recensies van normaal zo norse en negatieve muziekbladen.

Ik heb werkelijk nog nooit zulke lovende recensies gelezen. Werkelijk handenvol veren gaan het donkere gat van de van een verbrijzelde hiel operatie genezen Joost Zweegers in.

Maar ik zie het niet ..

Ik zie de veel beschreven schoonheid van de plaat niet ..

Ik zie die afgevallen bombastische mantel niet ..

.. en ik zie vooral niet het juweeltje dat de recensenten zien!

Oké, ik wil best toegeven dat het een leuke plaat is en dat Joost op ´Almost Bangor´ terug gaat naar waar het ooit mee begonnen is op zijn debuutplaat ´Novastar´. Ik kan me ook best wel vinden in de lovende zinnen over de opbouw van de 10 liedjes tellende plaat en de nummers zitten erg goed in elkaar. Het is inderdaad minder grotesk dan de vorige plaat die bijna uit z'n voegen barstte door de aanzwellende violen en stuwende synthesizer riedeltjes van producer Piet Goddaer, maar om nou te zeggen dat het de beste plaat van dit moment is en zelfs te durven pretenderen dat het meerendeel van deze popjuweeltjes op een Beatles album had kunnen staan vind ik een beetje overmaats.

Ik kan dus wel stellen dat ik het half eens ben met de recensies en dat ik de plaat half zo goed vind als de schrijvers ervan. Dat de plaat misschien halverwege toch z´n sporen achter laat en ik ondertussen al bijna 3 uur dit album op repeat heb staan. Misschien is het album dan voor de helft goed en is het inderdaad een juweel. Misschien is het wel een ruwe diamant die naarmate de uren verstrijken steeds gladder wordt geslepen door Zweegers´ snijdende stemgeluid en doorklievende teksten.

Als we nou in de toekomst half zo lang moeten wachten op de opvolger van ´Almost Banger´ en de plaat een keer zo lang mag duren dan beloof ik in het vervolg wat verder te kijken dan m´n neus lang is.

Snijdende Wind en Zweterige Nachten

Tijdens een wandeling langs de zilte zee die zich onderdanig maar woest aan de voeten van de Vlissingse boulevard werpt, besef ik me plotseling dat de maand september haar intrede alweer heeft gedaan. De zon vindt verstrooiing op de agressieve golven die tot schuim worden gemaand door de dreigend zwarte glooiing. De enige zonnestralen van de bijna voorbije zomer hebben te kort de tijd gehad om het kolkende koude water enigszins op zwemmenswaardige (?) temperatuur te brengen en mijn huid heeft geen enkel moment de kans gehad om die felbegeerde zomerteint met open armen te ontvangen.

De wind snijdt langs de half beslagen ramen en ik sla de heftige zweepslagen van de regen gade terwijl ik mijn zojuist geserveerde cappucino met bijna wiskundige precisie in de juiste verhouding roer. De zoete damp van cacao en melkschuim doet me denken aan een grauwe loze zondag in de herfstige maand oktober. Wat is er toch gebeurd met de zomer?

Wat is er toch gebeurd met die broeierige dagen in augustus die enkele jaren geleden nog als vanzelfsprekend beschouwd mochten worden? Wat is er gebeurd met die dagen waarop je smeekte om de ochtendwind die de warme nacht verkilde?

In september is daar altijd nog de wellicht tevergeefse hoop op de geliefde zonnestralen en op zweterige zomernachten. Urenlang zitten, lachen, praten en staren bij walmend lantaarnlicht onder een deken van heldere sterren.

Maar oktober ... ergens in oktober word je overvallen door het besef dat de dagen bij iedere ondergaande zon korter lijken dan je ooit had durven denken. Dikke mistroostige mist hangt loom boven de ooit zo beweeglijke golven en in razend tempo zijn de dagen, weken .. zelfs maanden aan je voorbij gegaan als ware het gebeurd in één oogwenk. Vlagen van verloren gewaande avonden komen langzaam terug alsmede het verlangen naar die immer veel te korte zomer ...

Het Laatste Woord

Het zal ongetwijfeld te maken hebben met het onvermijdelijke groeiproces waaraan iedere geborene wordt onderworpen, maar de laatste tijd bekruipt me steeds vaker een gevoel van onvrede, het gevoel dat ik eens flink aan de rem moet gaan hangen voordat het te laat is!

Dat ik 's ochtends opsta en steeds harder schrik wanneer ik in de spiegel kijk en ik steeds meer moeite lijk te gaan hebben met het chemische detoxeringsproces dat 'kater' heet is me inmiddels ondanks alle mogelijke manieren van tegenwerken wel bekend, maar dat ik de laatste dagen ook nog eens over straat loop en het gevoel heb dat ik werkelijk de enige ben die nog fatsoenlijk Nederlands lijk te spreken gaat mijn fictieve ouwe mannen pet flink te boven.

Nu wil ik niet de nobele en immer correcte moraalridder gaan uithangen, maar dat ik de pubers anno nu amper meer kan verstaan lijkt me geenszins de bedoeling. Oké, zoals eerder gezegd; ik word ouder en ja we zijn niet meer die kleine mannetjes die op vrijdagmiddag koste wat het kost klokslag 4 uur 's middags met de deur van café de Concurrent of Nationaal in huis kwamen vallen, maar als ik me op straat tussen te kleine petjes en lowriders een Neerlandicus moet gaan voelen gaat er toch iets gruwelijk mis met het ooit zo mooie Nederlands(ch). Waarschijnlijk hebben mijn ouders, opa, oma en oudere buren ook moeite gehad met de verbastering van het voor hen zo 'normale' Nederlands(ch) .. Maar bestonden mijn puberale hartekreten dan ook uit totaal incorrecte zinsbouw en fictieve woorden die rechtstreeks zijn gekopieerd uit de beruchte Bronx? Voor zover ik me kan herinneren niet!

Laat ik voorop stellen dat ik met de verbastering van de Nederlandse taal geen moeite heb en me ook zeer zeker niet wil scharen onder de groep mensen die pretendeert 'perfect' ABN te spreken, maar nu ik me ga ergeren aan de taal van de .. jawel, daar komt de allesvernietigende zin die voor eeuwig mijn jeugdigheid tot as zal doen vergaan .. 'jeugd van tegenwoordig' heb ik vanmiddag alvast een rollator besteld en zijn de aanvraag voor mijn 65+ pas en de papieren van de levensverzekering vandaag ook met een postduif richting de ouderwets(ch)e instanties verstuurd.

.. help! Ik wil helemaal niet opgroeien ..   

Laatste berichten

Laatste reacties

Categorieën

Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad